Metropoolregio Amsterdam en Zwolle e.o.
In etappes naar Pfronten 5

In etappes naar Pfronten 5

Korte verhalen van Max Spaaknek, waarin hij alle ‘etappes’ van zijn voorbereiding op de 16e MTB Marathon Pfronten beschrijft. Deze MTB-wedstrijd is 51 km lang, heeft 1900 hoogtemeters en zal plaatsvinden op zaterdag 29 juni 2019 te Pfronten in de Allgäuer Alpen. Max is een huis-tuin-en-keuken fietssporter van 58 jaar jong, die al meer dan 30 jaar diabetes type 1 heeft. Dit zegt hij niet om zielig te doen, maar wel om het een extra dimensie te geven.     

U merkt vast wel dat etappe 5 lekker snel langs komt en dat is omdat de vakantie én de wedstrijd eraan zitten te komen. Ik ga dit keer vertellen over mijn mountainbike en over andere spullen die ik denk nodig te hebben. Ik zal u in de volgende en voorlopig laatste (?) etappe uitgebreid vertellen hoe het aan het ‘front’ in Oberstdorf en Pfronten is afgelopen. De mountainbike waarop ik de 16e MTB Marathon Pfronten ga afleggen is een Giant XTC Advanced 27.5 2016. Met andere woorden: een geheel carbon frame uit 2016, waarvan de buizen gevuld zijn met XTC (‘ecstasy’), waardoor de berijder een euforisch gevoel krijgt. Hihi, flauwekul natuurlijk, maar ik heb de fiets pas in 2018 met een goede korting gekocht. De wielen zijn 27,5 inch, wat wel een beetje apart is. Deze maat zit tussen de ‘oude’ (26”) en de ‘nieuwe’ (29”) in. De 27.5 van mijn Giant is een mooi compromis; het heeft de goede wegligging en snelheid van de 29” en de wendbaarheid en acceleratie van de 26”. Ik ben ook niet zo groot en dus was een groot wiel niet zo’n goede keus geweest. Er zijn nog meer voor- en nadelen te bedenken, maar de voornoemde vier voordelen schieten al aardig in de juiste richting. 

Heel belangrijk bij het mountainbiken is de juiste bandenspanning. Als je met je mountainbike alleen op het asfalt zou gaan fietsen is 3 bar uitstekend. Bij 3 bar voelt je mountainbikeband keihard. Mijn gewicht is 62 kg en het gewicht van de berijder speelt natuurlijk mee. Op spekgladde parcoursen laat ik de druk zakken tot ongeveer 1,4 bar. Als er stenen, wortels of andere harde obstakels op je pad komen ga ik richting de 2 bar, anders rijd je te snel lek. Doordat je dan de velg gaat raken. Handige tip van Max: als het glad is of er ligt sneeuw in de winter laat dan je gewone fietsbanden wat leeglopen, dat scheelt echt enorm qua wegligging. Dat kan je ook met je autobanden doen, maar nu begeef ik me een beetje op glad ijs. Ik zou dat alleen doen als het spekkie is en bij kleine afstanden.

Mijn Giant heeft alleen voorvering, want achtervering komt pas tot haar recht in snelle, hobbelige afdalingen. Nou zijn die er wel tijdens die te rijden marathon, maar de rest van het jaar niet. Bovendien heb je er met klimmen alleen maar nadeel van. Vering kost extra inspanning, want elke keer als zij veert, kost het kracht en snelheid. Dus als de vering niet direct nodig is, zet ik haar altijd uit. 

Schijfremmen zijn een hele grote verbetering ten opzichte van de oude V-brakes (die oerlelijke hangremmen). Met de schijfrem is het uitstekend doseren, als je maar niet je hele hand gebruikt. Eén of twee vingers is genoeg, ook bij een noodstop. Ik rijd nog op gewone binnen- en buitenbanden, omdat ik nooit met tubes ben opgegroeid. De nieuwe tubeless (zonder binnenband) lijkt me wel weer wat. Geen lekke banden meer en een betere grip zijn hier de voordelen van. Maar zo vlak voor een evenement houd ik het bij mijn oude setje banden. Ik rijd er al jaren mee zonder noemenswaardige problemen, dus het is wel even goed zo. Nieuwe technieken komen vanzelf naar je toe als je een nieuwe fiets koopt. Maar nu even genoeg over die fiets. 

Wat neem ik nog meer mee tijdens die wedstrijd? Schoenen zijn best handig. Ik heb twee setjes: goedkope van AGU en dure S-Works met harde carbon bodem die eigenlijk voor de racefiets zijn. De AGU’s doen het natuurlijk bijna net zo goed, maar die harde carbon zool geeft de kracht op het pedaal net even beter door aan de fiets. En zorgt voor minder kramp in de voeten na vele uren kracht zetten. De schoenen zitten natuurlijk vastgeklikt aan de pedalen, waardoor je niet alleen met de pedalen kunt duwen, maar ook trekken en alles wat daartussen zit (traptechniek). Mijn vrouw zal op de helft van de koers mij nog van extra voer en drank voorzien en klaar staan met reparatiespullen en extra kleding (of om kleding in ontvangst te nemen). Zelfs met een extra buitenband, want je weet maar nooit. Nu zit mijn reparatiesetje voor onderweg in een soort van bidon, maar tijdens die wedstrijd wil ik wel twee bidons bij me hebben, want het zou weleens warm kunnen worden. Dus ik moet nog op zoek naar een zadeltasje, waarin twee bandenlichters, ten minste één binnenband en twee CO2-patronen (i.p.v. de pomp) passen. En het liefst nog wat sportgelletjes. Hoewel ik die meestal, samen met nog wat fruitrepen, in mijn achterzak heb zitten. Daar zit ook mijn telefoon, mijn basislicentie en een regenjack in. Mijn kleding is afhankelijk van het weer, maar sokken, wielerbroek, zweethemd en wielershirt heb ik in ieder geval aan. Handschoentjes en helm zijn verplicht. Op mijn stuur zit mijn fietscomputer (Elemnt Bolt) die niet alleen de route onthoudt, maar ook al mijn snelheden, hartslagen, temperaturen en hoogtes. En de tijden niet te vergeten! Want diegene die de 51 km aflegt in de kortste tijd, die wint. 

Groetjes vanaf de fiets,

Max Spaaknek