Metropoolregio Amsterdam en Zwolle e.o.
In etappes naar Pfronten 3

In etappes naar Pfronten 3

Alweer de 3e etappe naar Pfronten. Op weg naar de 16e MTB Marathon van Pfronten, waar ik op 29 juni 2019 aan mee ga doen. In dit derde deel ga ik twee dingen uitleggen waarbij ik er even vanuit ga dat u geen geoefende mountainbiker bent. Het eerste dat ik uitleg is wat het woordje marathon betekent bij het mountainbiken. De marathon is namelijk niet alleen een hardloopwedstrijd, maar is ook een officiële naam voor een bepaald type mountainbikewedstrijd: de crosscountry marathon (afgekort met XCM). Dat zijn wedstrijden van de lange afstand tot wel 200 km, vandaar de naam. De MTB marathon is één van de wel twaalf tot vijftien verschillende soorten wedstrijd waar je als mountainbiker aan mee kunt doen. Dus voor iedereen is er wel een geschikte wedstrijd. Bergje op, bergje af, door de straten van een stadje, trapjes af, scherpe bochtjes om of met zijn vieren tegelijk de helling af racen. Dat maakt het mountainbiken zo leuk. Helemaal geinig (om te bekijken dan!) zijn de wedstrijden die bovenop een berg beginnen om met z’n allen zo snel mogelijk af te dalen naar het dal. Eerst over de gletsjer (met spectaculaire glijpartijen), dan over de rotsen en door de bossen. Ze noemen deze vreemde wedstrijden de Megavalanches (Megalawines). 

De tweede uitleg gaat over de vier wedstrijden die de 16e MTB Marathon Pfronten ons biedt. De eerste is de Extremstrecke van 76 km en de tweede is de Kurzstrecke van ‘slechts’ 26 km. De meest aparte wedstrijd is het Weltmeisterschaft Klapprad. Zes kilometer bergop op een doodgewone vouwfiets. De meest populaire is de Marathonstrecke, die op het kaartje is ingetekend. Deze ga ik rijden: 51 km lang met drie te beklimmen bergen. Bij elke wedstrijd starten alle leeftijden tegelijk en door elkaar. Alleen in de uitslag is er een indeling op leeftijd terug te vinden. De tijdswaarneming gebeurt door een chip in het wedstrijdnummer dat je aan je stuur moet bevestigen. Ik val met mijn 58 jaar in categorie Masters 3 (leeftijd van 50 tot 60 jaar). Echter, vergist u zich niet in deze Masters 3 en ouder. Het zijn vaak taaie, doorgewinterde wielrenners en hebben een fysieke hardheid waar veel jongere renners jaloers op zijn. Dus zomaar even winnen, zit er voor mij niet in. Maar ik ga wel proberen sneller te fietsen dan die andere tweeëndertig Masters 3 in ‘mijn’ wedstrijd. Ik denk dat de gemiddelde snelheid rond de twaalf km per uur zal liggen, dus het wordt ruim vier uur ploeteren, zweten en tranen en afvragen waar je in vredesnaam aan bent begonnen. Mijn vrouw speelt hier een belangrijke rol: zij zorgt tijdens de tocht niet alleen voor alle reserves, maar ook voor mijn motivatie. Ik zie haar namelijk graag snel terug bij de verzorgingsposten en dus rijd ik sneller. 

En hoe gaat het verder met jouw voorbereidingen, Max? Fijn dat u dat even vraagt. Het is nu de tijd om conditie te zaaien door wat langere tochten te fietsen. Ik ben niet zo’n type dat lekker rustig toert door het landschap, maar eerder een type dat flink doortrapt en andere racefietsers in wil halen. En even lekker op de trappers gaat staan als het omhoog gaat. Max is ook echt een ‘einzelgänger’: ik vind het heerlijk om alleen te rijden, ook vanwege het feit dat ik niet word afgeleid. Ik moet namelijk om de twintig minuten een fruitreep naar binnen werken, want anders vliegt mijn bloedsuiker naar te lage waardes (u weet toch nog dat Max type 1-diabetes heeft?). En die lage bloedsuikerwaardes zijn toch al een probleem op de fiets. Als je eenmaal die waardes hebt bereikt, dan kom je er niet meer vanaf, tenzij je gaat rusten. Maar daar heb ik helemaal een hekel aan: moeten stoppen als je lekker aan het fietsen bent.